Jacqueline Berg

Lezing 1 – The Healing Power of Happiness – Geluk als Keuze

Symposium The Healing Power of Happiness – 12 januari 1991 VU Amsterdam.

Geluk als keuze, lezing door Jacqueline Berg (journalist en oprichter Werkgroep Spirituele Gezondheid)

 

Stress

Hij is het toonbeeld van de jonge manager. Eén brok dynamiek. Theo. Korte mouwen in de winter. Op de vraag hoe het met hem gaat, geeft hij steevast het zelfde antwoord: “Perfect, alles onder controle.” Het hele bedrijf rust op zijn schouders. De directie maakt dankbaar gebruik van zijn bruisende creativiteit.

Op de faxen die hij stuurt, is in de linker bovenhoek te lezen tot hoe laat hij ’s avonds werkt. Hij heeft een weekendhuwelijk en sinds kort een kind, een “fijn kereltje”. Via zijn autotelefoon geeft hij zijn secretaresse opdracht zijn vrouw te bellen en te zeggen dat hij ietsjes later komt. Met een stralende glimlach, grote passen en veel paperassen onder zijn arm valt hij twee uur later zijn huis binnen.

Het begint met een griepje. Het betegelen van zijn badkamer op zondagmiddag is hem te veel geworden. Op zijn werk zeggen ze: “Je kunt hem thuis bellen hoor”. Een week later is hij er weer. Nee, nog niet helemaal beter, maar het werk hoopt zich anders zo op. Het tweede griepje, volgens zijn zeggen veroorzaakt door de airconditioning in zijn auto, gaat gepaard met lichte hartklachten.

In dit stadium uit hij voor het eerst zijn zorgen: “Er worden hier te veel fouten gemaakt. Zo gaat het niet langer, alles komt altijd op mijn schouders terecht. Ik doe het niet meer alleen”. Het personeel fluistert: “Theo heeft stress.”

Tijd

Ze staat hollend op en haast zich naar bed. De moeder van Anneke. Ze is voortdurend de tijd kwijt; een half uur bij de groenteman, kwartier in de file, een uur bij de tandarts. Vanaf het moment dat haar man haar voor een jongere vrouw inruilde, rent ze.

Op een ochtend zakt ze plotseling door haar knie. De natuurgenezer adviseert haar geen horloge meer te dragen en wat meer tijd voor zichzelf te nemen. Ze is verbaasd: “Wat heeft dat nou met die rot-knie te maken?” Hinkelend doet ze haar boodschappen. Verdwaasd: “Hoe láát is het eigenlijk?”

Een Japanse acupuncturist beschreef de signalen die het lichaam ons geeft ooit eens als een brief van een goede vriend. Zo’n vriend die vol medeleven aan je vraagt: “Wat is er, zit je soms ergens mee?”

Leef ik of word ik geleefd?

Op de vraag “Wat is de zin van ziek-zijn?” antwoordde een kanker patiënte dat zij zich realiseerde dat zij te ver was gegaan. Zij had nooit ‘nee’ kunnen zeggen. Was niet genoeg voor zichzelf opgekomen, zij kon niet voor zichzelf kiezen. De kanker kwam dan ook als een opluchting. Ze leerde de les van: “Ik mag, ik moet niets meer”.

En de aidspatiënt die zichzelf op zijn sterfbed hervond: Hij beschreef de laatste maanden voor zijn dood als de mooiste tijd van zijn leven.”Het is van groot belang”, zei hij “om jezelf echt te leren kennen. Dat vraagt om een innerlijke reis, door dat omhulsel heen, naar wie je werkelijk bent. Je komt dan heel wat tegen, veel pijn en verdriet, maar het is de moeite waard. Ik heb tegen heel veel mensen gezegd: “Ik wou dat iedereen even drie maanden het gevoel had dat hij doodging, dan leef je zó intens, dan zie je alles anders. Dat voorrecht heb ik nú, ik ben gewoon gelukkig”.

Zou het nu echt zo zijn, dat we eerst ziek moeten worden voordat we gaan kijken naar ons leven en de kwaliteit ervan? Voordat we ons de vraag stellen: “Leef ik of word ik geleefd?” Voordat we begrijpen welke factoren een rol hebben gespeeld in het proces van ziek-worden? Voordat we kiezen voor onszelf?

 

Deadline

Een verpleger uit een Arnhems ziekenhuis vroeg eens aan een zakenman – Theo – die bij hem op de intensive-care afdeling aan de monitor lag, hoe vaak hij nog van plan was tegen een boom aan te rijden, voordat hij zou begrijpen dat hij het rustiger aan moest doen.

Theo deed aanvankelijk alsof hij niet begreep waar de man over sprak, maar een paar dagen later was er een gesprek, waarin hij vertelde dat hij eigenlijk blij was even overal vanaf te zijn. Hij kon niet meer. Teveel werk. Zijn vrouw wilde van hem scheiden omdat hij volgens haar een workaholic was. Hij was nooit thuis, had geen tijd voor haar en voor hun kind. Hij was te druk geweest om te leven, om stil te staan bij geluk.

Of, zoals de collega van de journalist van een groot landelijk ochtendblad het zo treffend verwoordde toe hij gebeld werd over dit symposium: “Absoluut, hij heeft interesse in geluk, maar na de deadline graag!

 

Op de vlucht

Hoe komt het dat velen van ons meer op human-doings zijn gaan lijken, dan op human-beings?

“We zijn op de vlucht”, nam een moedige meneer tijdens een positief denken cursus, waar vijftig mensen aanwezig waren, het initiatief. Hij was net hersteld van een hartinfarct en had vele maanden bij een psycholoog doorgebracht. “Op de vlucht voor wat?” vroeg een vrouw geïnteresseerd. Bijna schaamteloos openhartig somde hij deze lijst op: een slecht huwelijk, verveling, leegheid, een negatief zelfbeeld, een gebroken hart, gebrek aan zelfrespect, afhankelijkheid, angst om afgewezen te worden en eenzaamheid.

Geschuifel in de zaal, blikken van herkenning.

 

Kiezen

Herkenbaar, ook voor de moeder van Anneke. Opgekropt verdriet, de pijn van afgewezen te zijn, zichzelf minderwaardig voelen…. waren de gevoelens die ze tegenkwam, toen ze ècht niet meer kon lopen en gedwongen werd vele weken in een stoel te zitten. Alleen. Haar kinderen waren te druk om haar dagelijks te bezoeken. In de stilte van haar flat ging zij de confrontatie aan met zichzelf.

Zij werd depressief. Ze begreep niet waarom ze steeds moest huilen. Zwak en stom. Steeds maar weer moest ze aan haar scheiding denken. Aanvankelijk drukte ze die pijnlijke scènes zorgvuldig weg, zoals ze gewend was, maar ze kwamen hardnekkig terug. Toen ze uiteindelijk de moed vond om het strijden te staken, begon ze te zien waarvoor ze op de loop was.

Toen ze haar man niet langer de schuld gaf van haar verdriet, begon zij zich te realiseren dat ze zich had laten leven door de omstandigheden en al haar tijd en energie in het verzorgen had gestopt. Aan zichzelf was ze nooit toegekomen. Maar wie was zij?

De verslaafde gedetineerde uit de Bijlmerbajes ging na vele gesprekken opeens begrijpen waarom hij eigenlijk gebruikte. Waarom hij zichzelf verdoofde met drugs. Dat hij helemaal niet zo’n harde jongen was maar ook gevoelens en verlangens had. Hij begreep ook dat als hij lichamelijk afgekickt was, genezen verklaard, er grote noodzaak bestond om innerlijk te genezen. Te helen. Geestelijk en emotioneel.

Hij wist dat hij anders, voor de derde keer, in de bajes zou terugkomen, om wéér acht maanden te zitten. “Maar”, zei hij gelaten: “Als ik werkelijk zou kiezen voor mezelf, dan kies ik voor geluk en dat is voor mij hetzelfde als leven en ik weet nog niet of ik dat wel wil”

 

Will to be well

Totale genezing, heling, kan pas plaatsvinden als er acceptatie is van ziekte en als er bereidwilligheid is om beter te worden. En ook, als je jezelf verantwoordelijk voelt, voor je genezing. Want het is toch ‘mijn’ hoofdpijn, ‘mijn’ kanker, ‘mijn’ rot-knie, ‘mijn’ stress, ‘mijn’ verslaving, etc.

Soms zie je dat mensen hun arts, therapeut of specialist de opdracht geven hen beter te maken. Ze gedragen zich als een patiënt, een slachtoffer. De ziekte is hen overkomen en dus zal hun genezing hen ook wel overkomen. Maar de will to be well is van groot belang.

Genezing gaat dus verder dan medicijnen slikken, geopereerd worden, therapieën ondergaan of goed eten.

Helen gaat verder dan genezen. Een psychotherapeute die veel met ernstig zieke mensen werkt noemde dat ooit: De les verstaan van disharmonie. De disharmonie die ontstaan is in jezelf en die zó groot is dat er kanker door kan groeien. Het is het allerbelangrijkste die les te gaan begrijpen, hanteren en leren. Dan kun je het nieuwe gaan vormgeven. Dat is genezing van lichaam èn geest. Dat is healing.

Helen is een doe-het-zelf project. Het vraagt om innerlijke bespiegeling. Het is kijken naar je verdriet en telerstelling, naar je wanhoop en dwangmatigheid, naar jouw onvervulde verlangens. Het is kijken naar het verdriet àchter die rot-knie en de faalangst achter die stress, en er van leren.

En, wat zit er achter die angst en die stress?

Innerlijke bespiegeling gaat dus nog verder dan die ervaring van pijn en verdriet. Verder dan die boosheid, wrok of negativiteit. Daarachter zitten ideeën. Over jezelf.

 

Je bent wat je denkt

Achter ieder gevoel en achter ieder gebaar zit een idee, een gedachte. Zelf gecreëerd of laten aanpraten. Begrepen of onbegrepen. Bewust of onbewust.

Amsterdamse Miep, getrouwd met een gepensioneerde brandweerman geeft hiervan tijdens een positief denken programma ten overstaan van vijfhonderd mensen een sterk staaltje. Haar man leidt haar in: “Mijn vrouw wil graag iets vertellen, iets wat ze altijd voor zich heeft gehouden”. Iedereen houdt zijn adem in. Moedige Miep verteld: “Mijn hele leven ben ik eigenlijk al depressief. Dat komt omdat ik als vondeling ben gelegd”.

Ze zwijgt veelbetekenend. “Mijn man en kinderen hebben er nooit iets lelijks over gezegd”, vervolgt ze, “Het zat in mijn eigen. Ik dacht het steeds, Zij niet. Overal waar ik kwam, voelde ik me niet welkom. Door die positief denken cursus, die ik twee keer heb gevolgd, begin ik te begrijpen dat ik er mag zijn. Dat ik de moeite waard ben”.

Miep had het dóór. Eén idee had haar hele leven beheerst: ik mag er niet zijn. Ze begreep dat ze weliswaar te vondeling was gelegd maar dat feit haar niet minder mens, niet minderwaardig had gemaakt.

Lola Verkuil, oprichtster van de Stichting Eetverslaving, zegt dat deze hardnekkige gedachte: “ik mag er niet zijn”, ook achter iedere vorm van eetverslaving zit. Zowel bij anorexia als bij boulimia.

 

Stilte

Om jezelf en je ideeën zó goed te leren kennen dat je deze twee kunt scheiden, heb je stilte nodig. Rust. In de stilte kun je jezelf losmaken van verdrietgevende en blokkerende ideeën. Je realiseert je dat je ideeën hebt. Je bent ze niet. Je gebruikt ze. Door identificatie met negatieve ideeën en concepten lijkt het alsof je het bent geworden, alsof je het bent. Alsof je eeuwig gedoemd bent zo te blijven. Zo ben ik nu eenmaal.

In stilte maak je jezelf niet alleen los van je eigen ideeën maar neem je ook afstand van de ideeën van anderen over jou. In stilte leer je ontdekken wat wel en wat niet bij je past, wat wel en niet van jou is.

 

Geluk

Herman van Veen zei ooit in een interview dat hij vaak tegen zichzelf zegt: “Joh, wat is dat voor een flauwekul, dat is helemaal niet eens van jou, dat heb jij ook helemaal niet bedacht. Elke keer als er iemand te na komt, die weer bezit wil nemen van een gebied, die weer een angst of projectie of een verwachting in mij spijkert – gewoon eruit raggen. Gewoon zeggen: ‘Luister, u spijkert, maar ik wil geen muur zijn waaraan u iets kunt ophangen’”. Hij voegde eraan toe: “Ik heb heel veel afscheid genomen. Maar vooral van mezelf”.

Pas als je leert scheiden, kun je helen. In stilte leer je jezelf kennen, kom je in contact met je pure wezen. Met je oorsprong van vrede. Van liefde. Van kracht. En hoe meer je jezelf herkent in deze originaliteit, des te meer je kiest voor geluk. Kiezen voor geluk is dus je bewust zijn van je potentieel om gelukkig te zijn. In die ontmoeting met jezelf ontstaat er een innerlijke glimlach.

Happiness is just a smile away

 

Bereidwilligheid

Kiezen voor geluk is kiezen voor heelwording. Voor jezelf in een complete vorm: lichaam en geest; verstand en gevoel in balans. Eenwording van het mannelijke en het vrouwelijke in één mens.

Kiezen voor geluk is de bereidwilligheid om gelukkig te zijn. Het is het idee te accepteren dat je geluk verdient. Het is het zelfvertrouwen te hebben dat je geluk waard bent. Ondanks je huidige en vroegere problemen, zwakheden of tekortkomingen. Je laat je niet beperken door het heden of tegenhouden door het verleden.

Ik heb recht op geluk, geluk is mijn geboorterecht

Oorzaak

Naast het bewust kiezen voor geluk is het belangrijk om de geluksbedreigende factoren te ontzenuwen, want anders loop je het risico net als die Amsterdamse politieagent te worden die, onderuitgezakt en verveeld gapend, van achter uit de zaal riep: “Geluk, daar kom ik mijn bed niet voor uit”.

Eén van de meest bekende geluksbedreigende factoren is het veelgebruikte systeem van projectie en reflectie. De oorzaak van je geluk of je lijden buiten jezelf zoeken. Hierdoor ontstaat namelijk de schuldvraag: “Het komt door….”of afhankelijkheid: “Als jij dit niet doet, dan kan ik niet….”

Zo leveren we ons geluk in.

Relatieverslaafd

Een andere geluksbedreigende factor is de identificatie met je uiterlijke vorm: “Ik ben niet mooi genoeg, daarom zal ik nooit gelukkig zijn”, “Ik ben een man en dus vind ik dat ik iedere vrouw moet versieren”, “Ik ben een vrouw en dus moet ik iedere man behagen”. Zo raken we relatieverslaafd.

En wat te denken van het gemis aan toekomstperspectief? Iemand zei laatst dat we na de identity-crisis nu geconfronteerd worden met de destination-crisis. Bij gebrek aan een toekomstbeeld kunnen we niets anders dan ons verleden op de toekomst projecteren. Dàt wordt dan onze toekomst.

En dan tenslotte ziekte.

 

Beter worden

Hoe vaak denken we niet dat ziekte ons ongelukkig maakt, verdrietig. Dat het een teken van zwakte is. Dat het knabbelt aan ons geluk. Het wordt gelukkig steeds duidelijker dat ziekte het begin van genezing is. Dat het ons een kans geeft om beter te worden.

Een kans op geluk.

You may lose your body, but never lose your happiness.