Jacqueline Berg

Verhaal van een gedetineerde

THUIS  – verhaal van een gedetineerde – 2004
‘Ondanks de vele tegenslagen in mijn leven, heb ik nooit iemand de schuld gegeven van alles wat zich heeft afgespeeld. Zelfs God niet. Het was een samenloop van omstandigheden.’

 

Religie

‘Ik leerde al vroeg dat God vele namen en gezichten heeft. Mijn vader was een katholieke Creool en mijn moeder een Hindoestaanse moslim. Toen ik op mijn dertiende vanuit Suriname naar Nederland emigreerde, vonden mijn familieleden dat ik me tot de Islam moest bekeren.

Een familie hoort één religie te hebben, was de gedachte erachter. Ik heb toen het moslimgeloof aangenomen en tevens een besnijdenis ondergaan. Maar ik deed het voor de vorm, niet vanuit mijn hart. Ik heb God nooit Allah kunnen noemen. Ik voelde me geen moslim, maar eigenlijk ook geen katholiek. Ik ging naar christelijke kerkdiensten, moslimse Ramadanfeesten en vierde ook Diwali met de aangetrouwde Hindoes in mijn familie.

 

Paspoort

Toen ik zestien was raakte ik op het slechte pad en kwam met politie en justitie in aanraking. Ik werd veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf. Het werd mij niet toegestaan om mijn school af te maken. Omdat ik een strafblad had, was er geen bedrijf te vinden dat mij wilde aannemen.

Mijn donkere huidskleur speelde daarbij ongetwijfeld een rol. Als Surinamer werd je in die tijd al gauw afgeschilderd als iemand die alleen maar herrie kwam schoppen. Daarbij kwam nog dat ik geen legitimatiebewijs of paspoort had. Ik was weliswaar erkend door mijn vader, maar men was slordig geweest bij de burgerlijke stand.

Alle pogingen om mijn vader op te sporen zijn vruchteloos gebleven.

 

Onkreukbaar

Ik voelde me buitengesloten. Het was alsof ik tussen de wal en het schip leefde. Ik  had mijn vertrouwen verloren en kreeg een hekel aan de maatschappij. Niet zozeer aan de mensen, maar meer aan de zogenaamde gezagsdragers. Het viel me steeds meer op dat sommigen er een dubbele moraal op nahielden. Ze keken op mij neer maar hielden zichzelf ook niet aan de regels.

Mensen met goede banen en een voorbeeldfunctie bleken opeens toch niet zo onkreukbaar en fatsoenlijk in hun normen en waarden als ze de maatschappij voorhielden. Enerzijds zeiden ze dat hun huwelijk heilig was, maar anderzijds bleken ze buitenechtelijke kinderen te hebben. Ook witte Nederlanders. Hoe konden ze mij veroordelen terwijl ze zelf een scheve schaats reden? ‘Jullie bekijken het maar’, dacht ik toen en gaf er de brui aan.

 

Handelen

Ik heb een alles of niets karakter en ben heel resoluut, koppig en eigenwijs. Ik koos voor de zelfkant van de maatschappij en maakte mijn eigen regels

Normen en waarden betekenden voor mij dat ik met een zuiver geweten functioneerde binnen een systeem met een bepaalde regelgeving, zonder dat ik me aan die regels hield.

Af en toe kwam ik in de gevangenis terecht, maar omdat we goed georganiseerd waren, vonden we gemakkelijk getuigen en konden we de zaak afkopen of schikken. Ik werd vaak opgepakt, maar al snel weer vrijgelaten bij gebrek aan bewijs.

Ik heb nooit stilgestaan bij het effect van mijn handelen, maar ik was niet bang voor de straf van God. God is liefde en ik wist dat hij mij niet zou straffen voor mijn daden.

 

Strafblad

Toen mijn toenmalige vriendin van mij in verwachting raakte, ging ik naar haar ouders voor een kennismakingsgesprek. Het leek goed te zijn verlopen, maar later kreeg ik te horen dat de vader van het meisje informatie over mij had ingewonnen.

Toen het bleek dat ik een strafblad had, vond hij het beter dat mijn vriendin abortus zou plegen. Er waren immers geen goede toekomstperspectieven en ons kind zou daardoor geen  goede opvoeding kunnen krijgen. Ik nam het haar heel kwalijk dat ze zich door haar familie onder druk had laten zetten. Het  kind was toch iets moois van ons samen.

Mijn hart brak en ik zei tegen haar: “Als jij je leven door je ouders laat leiden, zullen wij nooit een eigen leven samen kunnen hebben. We kunnen elkaar maar beter niet meer zien.”

De volgende morgen hoorde ik dat ze zelfmoord had gepleegd.

 

Hoop

Jarenlang heb ik met schuldgevoelens rondgelopen. Je blijft een kruis met je meedragen. Als het me allemaal teveel werd, gebruikte ik drugs, een perfect middel om je geweten mee te onderdrukken.

Toen ik vele jaren later verliefd werd, begon ik nieuwe hoop te krijgen. Het meisje werd zwanger en ik voelde dat ik weer zin kreeg om te leven. We deden leuke dingen zoals de babykamer inrichten. Op een middag kreeg ik een telefoontje dat mijn vriendin door een auto was geschept en op slag dood was. Ze was inmiddels zes  maanden zwanger. Toen ik het bericht hoorde, moest ik meteen aan het meisje denken dat zelfmoord pleegde.

Ik kreeg het idee dat ik het ongeluk met me meedroeg waardoor ik iemand die me lief was steeds kwijtraakte.

 

Drugs

Ik kwam weer in aanraking met de politie en was betrokken bij bendeoorlogen in de stad. Omdat ik niets meer te verliezen had, stelde ik mij ter beschikking. Als er iets gewelddadigs moest gebeuren, ging ik er persoonlijk heen. Ik daagde de politie uit bij vuurgevechten en hoopte dat ze mij zouden doden.

Ik wilde niet meer leven. Niet dat ik genoeg had van het leven, maar ik kon niet meer leven. Het was alsof mijn levensvreugde was verdwenen.

Toen ik jaren later nog steeds leefde, ben ik harddrugs gaan gebruiken. Eerst cocaïne, daarna heroïne. Ik wilde mijzelf vernietigen. Ik kon geen overdosis nemen, omdat mijn geloof mij voorschreef dat ik mijzelf niet mocht ombrengen. In het Christendom is het leven je door God gegeven en moet je het nemen zoals het is. Terwijl het volgens de Islam juist een pre is als je zelfmoord pleegt. Je doet het voor het goede doel en krijgt dan een plekje in het paradijs.

Ik deed afstand van mijn bezittingen en ben een zwerversbestaan gaan leiden. Ik stond niet meer open voor anderen, tenzij oppervlakkig.

Af en toe zei ik: “God, hoelang nog?” Ik hoopte dat het mijn laatste dag was.

Rehabilitatie

Ik voelde me afgesneden van het leven. Jarenlang was de hemel mijn slaapplaats. Ik was vies en stonk, maar het kon me niet meer schelen hoe ik eruit zag. In het wereldje waarin ik leefde, had ik alles al meegemaakt en er was niets meer dat mij nog kon raken. Van binnen was ik dood.

Sommigen mensen zeiden: “God heeft een doel voor jou en daarom ben je nog in leven.” Maar dat kon ik niet accepteren. Ik wist dat God bestond, maar niet voor mij.

Drie jaar geleden kwam ik via de politie in aanraking met een justitieel rehabilitatieproject voor gebruikers met een strafblad, het SOV. Ik was zevenendertig toen ik in voorarrest ging en dacht: ‘laat ik het maar proberen’.

Met afkicken had ik geen enkele moeite, maar mijn gevoelens werkten gewoon niet meer. Ik las veel over verlichting, goeroes, engelen en bijna-dood ervaringen. Toen zich de gelegenheid voordeed om een cursus positief denken te volgen, was ik eerst heel sceptisch.  Mensen zeggen van alles tegen je, maar doen het zelf ook niet. Maar het was leuke informatie  en de docenten waren heel eenvoudig.

Als je lang hebt stilgestaan en je gaat jezelf opfrissen is kennis heel noodzakelijk. Je hebt veel gemist. Ik kreeg door de lessen inzicht in de goede kanten van mezelf, maar werd ook geconfronteerd met mijn minder leuke eigenschappen.

Ijsklomp

Onder begeleiding mochten we naar de Brahma Kumaris Spirituele Academie toegaan. We kregen daar van Jacqueline Berg les in spiritualiteit en meditatie. Er ging een wereld voor me open; een wereld waar ik geen weet van had.

Aan jezelf werken vind ik één van de mooiste dingen. Het is mijn doel om mijn oorspronkelijke persoonlijkheid weer terug te krijgen.

De ijsklomp die ik van binnen voelde, gaat langzaamaan een beetje ontdooien. Van binnenuit voel ik het verlangen naar mijn eigen zuiverheid. Ik wil mijn roots weer terugvinden. Ik denk dat ik zo moe ben omdat ik zovele jaren zonder mijzelf heb geleefd.  Mijn levensvragen zijn nu beantwoord en dat geeft me innerlijke rust.

Met behulp van deze spirituele studie schaaf ik elke dag aan minder fraaie kanten.

 

God

Ik weet nu ook dat als ik me niet aan de afspraken houd die ik met mezelf heb gemaakt, ik last van mijn geweten krijg. Dan voel ik me niet goed. Als je iets uitdraagt, moet je het zelf ook in je handelen toepassen. Zonder excuses en zonder pardon.
Op het moment dat je leven een goede wending neemt, krijg je hulp van God. Je krijgt een bepaald soort energie en met die kracht is alles mogelijk.

Behalve dat ik mijzelf terugvond, maakte ik ook opnieuw kennis met God.
Ik kende God wel omdat ik in verschillende religieuze stromingen ben opgevoed, maar ik was mijn vertrouwen in hem kwijtgeraakt. Mede doordat ik geen enkele affiniteit heb met de regelgeving die mensen om God heen hebben gemaakt.

Bij de Brahma Kumaris staat God op de voorgrond. Er is geen tussenpersoon, geen menselijke regelgeving, niets. Dat vind ik prima. Ik heb er een maatje bij en dat maakt me happy. Die hopeloosheid en eenzaamheid die ik jarenlang voelde, ebben nu weg.

 

Thuis

Je kunt niet van de ene op de andere dag het licht zien, dat zou flauwekul zijn. Maar kleine stapjes brengen je ook naar je doel. Ik heb mezelf beter in de hand wat mijn dagelijkse activiteiten betreft. Vroeger dacht en handelde ik vaak vanuit een tunnelvisie en hokjesgeest. Maar nu leer ik te handelen vanuit een spirituele basis, vanuit zielsbewustzijn. Liefdevol zijn komt daarbij op de eerste plaats, op de voet gevolgd door respect.

Ik ben op een hele fijne reis en ik voel dat ik steeds dichterbij kom. Dat geeft me veel vertrouwen voor de toekomst.

Laatst onder de meditatie kreeg ik het diepgaande gevoel: ‘Ik ben thuis. Eindelijk ben ik thuisgekomen.’ Het was een gevoel dat met geen pen te beschrijven is. Ik zat daar in alle vrede terwijl mijn jarenlang ingehouden tranen over mijn wangen rolden.’

© Jacqueline Berg 2004